In sommige klinische situaties kan het nodig zijn om een bloedproduct te bereiden dat, gelet op de klinische situatie van één specifieke patiënt, afwijkt van wat er onder standaard- of experimenteel product wordt verstaan. Dit heet een magistraal product.

Essentieel bij een magistraal product is dat het een situatie voor één patiënt betreft. De bereidingswijze en de vrijgifte van het gewenste product worden in een dossier vastgelegd. Hiervoor tekent de bloedbankarts. De behandelend arts tekent een 'artsenverklaring'. Hierin staat dat het beschreven product het door hem/haar verlangde product is en dat het met zijn/haar instemming aan de patiënt wordt toegediend.

In uiterste noodsituaties, waarin de patiënt in levensgevaar verkeert als er niet op de kortst mogelijke termijn wordt getransfundeerd, kan in overleg met een arts van de Unit Transfusiegeneeskunde een bloedproduct worden geleverd als alle screeningsuitslagen nog onbekend zijn (volledig ongetest). Ook dit is een magistraal product waarvoor een artsenverklaring van de behandelaar vereist is.

In spoedsituaties, waarin de transfusie om dringende medische redenen niet tot de volgende dag kan wachten, kan in overleg met een arts van de Unit Transfusiegeneeskunde een bloedproduct worden geleverd als alleen de uitslagen van de virologische NAT’s (Nucleïnezuur Amplificatietests) nog onbekend zijn (onvolledig getest). Dit is een standaard bloedproduct waarvoor de behandelaar echter een artsenverklaring moet ondertekenen. De NAT-uitslagen worden de volgende werkdag aan het ziekenhuis gemeld. Deze procedure heet de CITO-procedure.

Naar Prijslijst (inlog)

Voor niet-medische vragen bel:

Transfusiegeneeskunde

020 - 512 3000