header-image

Bloeden en hemostase

Onderzoekslijnen

Stollingseiwitten: aangeboren en verworven

In deze onderzoekslijn richten onderzoekers van Sanquin zich vooral op de stollingseiwitten factor VIII, factor IX, von Willebrand factor, factor XI en ADAMTS13. Dankzij dit onderzoek komen we meer te weten over de vorm, de functie en de interactie van deze eiwitten met andere eiwitten en met cellen in de bloedvaten en over de effectiviteit en bijwerkingen. Naast het bestuderen van de eigenschappen van deze eiwitten zijn Sanquin-onderzoekers ook bezig met het ontwikkelen van nieuwe varianten van deze eiwitten voor behandeling van patiënten met stollingsproblemen. Deze nieuwe varianten hebben bijvoorbeeld een langere halfwaardetijd of zijn minder immunogeen waardoor patiënten die behandeld worden met deze eiwitten minder last en meer baat hebben bij de behandeling. Daarnaast richt het Sanquin onderzoek in deze onderzoekslijn zich op het ontwikkelen van nieuwe producten om patiënten die antistolling gebruiken en bloeden beter te kunnen behandelen.

Trombocytopenie en trombopathie

Het onderzoek in deze lijn richt zich op i) de aanmaak van trombocyten in verschillende omstandigheden in het beenmerg en in het lab, ii) de functies en consequenties van afwijkingen -zowel qua aantal als qua functie- van trombocyten, iii) diagnostiek en therapie van trombocytopenie en trombopathie, iv) het optimaliseren van veiligheid en opslagomstandigheden van trombocyten, v) de antistof gemedieerde afbraak van trombocyten en vi) het optimaliseren van trombocyten-transfusie strategieën door vergelijkend onderzoek in patiënten met verschillende medische condities.

Chirurgie en trauma

Het onderzoek in deze onderzoekslijn richt zich op het begrijpen en daardoor voorkomen dan wel verbeteren van de behandeling van patiënten met gestoorde stolling door operatie, trauma of bevalling. .Daarbij zoeken we naar de meest efficiënte combinaties van testen en therapieën passend bij de principes van gepersonaliseerde geneeskunde.

Clustervragen Nationale wetenschapsagenda 

  • 077 Wat is de bijdrage van niet genetische factoren aan persoonlijke eigenschappen en ziekteprocessen?

    Anemie: Om “bloed op maat” te kunnen leveren is het van groot belang om genetische factoren te vinden de effectiviteit en risico’s van bloedtransfusie bepalen. We onderzoeken dat middels epidemiologische studies gekoppeld aan klinische trials. Genetische factoren bepalen ook de frequentie waarmee donors bloed kunnen geven en daar weer van herstellen.

    Bloeden en hemostase: We onderzoeken de complexe interacties tussen genetische en niet-genetische factoren die samen bloeding en stoornissen van de hemostase veroorzaken. 

    Kanker: Afhankelijk van het type kanker kan er een sterke bijdrage van niet-genetische eigenschappen aan het ontstaan en het verloop van het ziekteproces zijn, en daarmee waarschijnlijk ook aan het succes van de behandeling. Ontwikkeling van deze therapieën zal de voorwaarde scheppen voor studie hiernaar.

    Immuundeficiëntie en veroudering: Genetische factoren kunnen bijdragen aan immuundeficiënties, effectiviteit van hyperimmunisatie en hematopoïetische stamceltransplantatie  en veranderde afweer bij veroudering. Inzicht in de exacte bijdragen van genetische factoren is een belangrijk onderdeel van alle vier onderzoekslijnen. Dit kan onderzocht worden door analyse van de genetische make-up van patiënten- en donor-cohorten gekoppeld aan parameters die de status quo van afweerreacties en ziektebeeld weergeven (al dan niet gekoppeld aan specifieke therapie).

  • 081 Hoe gaat de kennis van genetica een rol spelen in het begrijpen van, screenen op en behandelen van (zeldzame) ziekten?

    Anemie: De transfusiebehoefte van aangeboren anemie kan voorkomen of verminderd worden door het gebruik van steroïdehormonen bij Diamond Blackfan Anemie, en hydroxyurea bij hemoglobinopathie. Welke patiënten wel, en welke niet reageren op deze behandeling lijkt een multifactoriële oorzaak te hebben die slechts ten dele bekend is, en waarin genetische screens steeds meer inzicht verschaffen. De kennis van de genetische factoren is ook van groot belang om de risico´s van transfusie te bepalen. Zowel het risico op allo-immunisatie als op ijzerstapeling blijken een grote individuele variatie te kennen. Voor het opstellen van individuele transfusierichtlijnen is het van groot belang de genetische factoren te kennen die dit risico bepalen.

    Bloeden en hemostase: met nieuwe kennis van genetische oorzaken van tot nu toe onbegrepen stoornissen van de hemostase kunnen we patienten met deze stoornissen beter diagnostiseren en beter behandelen en/of genezen. 

    Kanker: Door genotypering van zowel kanker als gastheer zullen we hematologische tumoren beter gaan begrijpen en behandelen, en zullen we ook beter toegesneden immuuntherapie kunnen ontwerpen. Deze personalized medicine zal ook een gunstig effect op de kosten van de zorg gaan krijgen.

    Immuundeficiëntie en veroudering: Genetische factoren kunnen bijdragen aan immuundeficiënties, effectiviteit van hyperimmunisatie en hematopoïetische stamceltransplantatie  en veranderde afweer bij veroudering. Inzicht in de exacte bijdragen van genetische factoren is een belangrijk onderdeel van alle vier onderzoekslijnen. Dit kan onderzocht worden door analyse van de genetische make-up van patiënten- en donor-cohorten gekoppeld aan parameters die de status quo van afweerreacties en ziektebeeld weergeven (al dan niet gekoppeld aan specifieke therapie).

  • 091 Zwangerschap, een kind baren en de overgang: kunnen we ze beter maken?

    Anemie: Tijdens de zwangerschap en geboorte komen het bloed va moeder en kind met elkaar in aanraking en kan de moeder antilichamen aanmaken tegen bloedgroepantigenen van het kind, die bij een volgende zwangerschap de gezondheid van het kind ernstig kunnen schaden. Om dit risico te vermijden is het van belang de risico’s van immunisatie te kennen, en te begrijpen hoe antistoffen van de moeder via de placenta bij het ongeboren kind komen.

    Bloeden en hemostase: de hemostase wordt sterk beïnvloed door de hormonale veranderingen die plaatsvinden tijdens de zwangerschap, de bevalling en de overgang. Wij onderzoeken deze veranderingen en de effecten van deze veranderingen op problemen tijdens zwangerschap en bevalling. Deze kennis zal bijdragen aan het voorkomen van overlijden en irreversibele schade ten gevolge van ernstige bloedingen en trombose.

    Immuundeficiëntie en veroudering: Het beter begrijpen hoe we donoren optimaal kunnen hyperimmuniseren tegen Rhesus D maakt het mogelijk dat we voldoende anti-RhD antistoffenpreparaten kunnen blijven genereren om te voldoen aan de behoefte om RhD-negatieve vrouwen preventieve antistoffen te kunnen geven tijdens zwangerschap.

  • 094 Hoe maken we de gezondheidszorg kwalitatief zo goed mogelijk, maar houden we het betaalbaar?

    Bloeden en hemostase: door aan te tonen welke therapie en welke diagnostische test de meeste toegevoegde waarde heeft voor elke unieke stituatie zal het mogelijk zijn om overbodige zorg te verminderen en nodige zorg te leveren.

    Kanker: Sanquin kan als not-for-profit organisatie, met unieke kennis en kunde op het gebied van cellulaire- en immuuntherapieën, hierin een centrale rol kunnen spelen, zowel nationaal als internationaal.

  • 095 Hoe kan de gezondheidszorg, onder andere door gebruik te maken van biomarkers, meer gericht worden op de uniciteit van een persoon?

    Anemie: De afdelingen Klinische transfusiegeneeskunde en Donorstudies leveren grote datacohorten met individuele, anonieme parameters die van groot belang kunnen zijn voor populatiestudies. De beschikbaarheid van plasmasamples maakt het mogelijk om epidemiologische studies te koppelen aan biomarkers in bloed.

    Bloeden en hemostase: door aan te tonen welke therapie en welke diagnostische test, onder andere biomarkers, de meeste toegevoegde waarde heeft voor elke unieke stituatie zal het mogelijk zijn om overbodige zorg te verminderen en nodige zorg te leveren.

    Kanker: Omdat er grote verschillen bestaan in de individuele response op hematopoïetische stamceltransplantatie  en immuun therapie zal het onontbeerlijk zijn om goede bio markers te ontwikkelen, en de moleculaire diagnostiek en het Immuno-monitoring platform van Sanquin zullen daar direct aan bijdragen.

    Immuundeficiëntie en veroudering: Klinische transfusiegeneeskunde en donorstudies leveren grote datacohorts met individuele, anonieme parameters die van groot belang kunnen zijn voor populatiestudies. De beschikbaarheid van plasma samples maakt het mogelijk om epidemiologische studies te koppelen aan biomarkers in bloed.

    Ontstekingen en vaatziekten: Toepassen van persoons/patiënt-eigen endotheel geïsoleerd uit het bloed kan worden gebruikt om lokale vasculaire schade te repareren. Daarnaast kunnen verschillende therapeutische drugs getest worden op mogelijke schadelijke nevenactiviteiten op de bloedvatwand door eigen endotheelcellen van de patiënt zelf te kunnen gebruiken voor de testen. Hiervoor wordt een apparaat ontwikkelt waarin een patiënt-eigen bloedvat nagebootst wordt.